Over mij
Mijn naam is Laurà Gerards. In mijn dagelijkse leven ben ik directeur op een basisschool. In mijn vrije tijd ben ik schrijfster.
Ik ben geboren in 1970 in Amersfoort. Op mijn 5e verhuisde ik naar Bovensmilde, een klein dorpje in Drenthe. Toen ik in de eerste klas van de lagere school zat werd de school gegijzeld door vier jonge mannen van Molukse komaf. Het is één van de verhalen die ik beschrijf in het boek Belanda.
Wat mij intrigeert is het effect van historische gebeurtenissen op het leven van individuele mensen. Als individu heb je maar weinig invloed op machthebbende instituties, zoals bijvoorbeeld de regering. Het belang van jou als mens kan klem komen te zitten tussen het belang van het land of van een groepering. Ik heb ervoor gekozen om mijn ervaringen te delen. Ik denk dat het belangrijk is om bij gebeurtenissen in je leven stil te staan, moeite te doen om ze in een historische context te zetten en uit te zoeken hoe je ermee om wilt gaan. Als schrijver wil ik vertellen, onderwijzen, begrijpen en steunen.
Laura
Over mijn boek
Belanda
Het is mei 1977 als vier Molukkers mijn lagere school gijzelen. Ik ben zeven jaar oud en zit in de eerste klas. Deze week van angst en onzekerheid heeft sporen nagelaten in mijn ziel. Zoals wat mijn opa Joost meemaakte in en direct na de Tweede Wereldoorlog. Toen hij weigerde om als militair naar Indonesië te gaan om daar de bevolking te onderdrukken zoals de Duitsers dat net daarvoor in Nederland hadden gedaan.
In mijn boek, Belanda, beschrijf ik hoe mijn opa en ik zijn omgegaan met de impactvolle gebeurtenissen uit ons verleden. Wat ons erdoor sleepte was onze onverwoestbare liefde voor het leven. En de kracht om te helen en te vergeven. Ik hoop dat mijn boek een inspiratiebron is voor anderen die zoeken hoe ze moeten omgaan met gebeurtenissen in hun leven.
ons koloniaal verleden
De eilanden in de Indische archipel werden in 1602 gekoloniseerd door, eerst de Vereenigde Oostindische Compagnie (VOC) en later door de Nederlandse staat. Nederland verdiende ongelooflijk veel geld door de 'handel' in specerijen. Na de capitulatie van de Japanse bezetting, roepen op 17 augustus 1945 de Indonesische nationalistische leiders Soekarno en Hatta de onafhankelijke republiek Indonesië uit.
Nederland accepteert deze onafhankelijkheid niet en eist de macht weer op. Er volgt een heftige en bloedige onafhankelijkheidsoorlog die door Nederland 'politionele acties' werden genoemd. In het Koninklijk Nederlands Indische Leger (KNIL) dienden ook mensen van Indische komaf. Velen van hen kwamen van de Zuid-Molukse eilanden. Hun positie was omstreden door het optreden van het KNIL in de onafhankelijkheidsoorlog. Bovendien had Nederland hen min of meer beloofd te helpen bij de vorming van een onafhankelijke Molukse republiek, wanneer de Molukse KNIL soldaten aan Nederlandse kant mee vochten. Die belofte verviel toen in 1949 eindelijk Nederland de onafhankelijkheid van Indonesië erkende.
De Zuid-Molukse KNIL militairen en hun gezinnen werden daarop naar Nederland gehaald. Op de boot werden de militairen ontslagen uit de dienst. In Nederland werden de gezinnen opgevangen in oude kloosters, kazernes en het voormalige kamp Westerbork. Dit kamp was in de tweede wereldoorlog een doorgangskamp was, waar Joodse mensen op transport naar de concentratiekampen werden gezet. We kunnen de keuze om de Molukse gezinnen te huisvesten in kamp Westerbork op zijn minst curieus noemen. De rechten van de Molukse gezinnen waren beperkt. Men ging ervan uit dat de gezinnen tijdelijk zouden verblijven in Nederland, maar van een terugkeer is het nooit gekomen. De wens om een onafhankelijk Zuid-Molukse republiek te stichten bleef.
In de jaren '70 van de vorige eeuw vonden gewelddadige acties plaats in Nederland door mensen van Molukse komaf gericht op het afdwingen van een Zuid-Molukse republiek. Tot op de dag van vandaag blijft deze geschiedenis haar impact houden op de levens van mensen. Daarom is het belangrijk te blijven lezen, onderwijzen en te luisteren naar elkaars verhalen.









